Afbeelding

Geen zin

Columns

Een paar dagen terug maakte Ronald de Jong mij attent op het weer schrijven van een column voor het Veenmuseum in de Week van Twenterand.

Ik keek hem aan en zei dat ik er nog niet aan had gedacht en ook nog geen inspiratie had. Ronald keek mij aan en zei dat ik dat dan maar in de column moest zeggen. Het zou bijzonder zijn dat ik een column vul met maar een zinnetje. Als ik de waarheid zou schrijven zou het zijn

 “ik heb geen zin”

Dit bracht mij op het idee dat dit eigenlijk wel een mooi onderwerp is om over te schrijven.

Mijn vader zei vroeger als hij vroeg om even mee te helpen met een klusje op de boerderij, Geen zin dan maak je maar zin. In hoeverre dat tegenwoordig ook nog wordt gezegd tegen onze jeugd weet ik eigenlijk niet, maar ik zie wel dat veel ouders bij de opvoeding van hun kinderen dat er veel mag en weinig moet. Zo weinig mogelijk regels en je moet het zelf ontdekken.

Zie hier het thema voor het veenmuseum. In hoeverre werd toen ook dit soort normen gebezigd. In ieder geval ga ik in mijn verhalen op het museum uit dat kinderen mee moesten helpen: zin of geen zin.
Als een nieuwe plaggenhut moest worden gemaakt, moesten kinderen meehelpen, zodat de veenbaas kon zien dat het hele gezin in staat was veel werk te verrichten: zin of geen zin was geen item.
Of bij de stoommachine die turven perst, konden de kinderen tot een jaar of acht maar meehelpen om de plankjes onder de geperste turven van boven naar beneden en op de andere kant precies andersom te leggen: zin of geen zin was geen item.

De zin in het museum “den jong van oons is zo muu van’t wark dat e’s morngs hauste niet wakker is te krieng. Ouw noar ‘t wark goat slept e zich hoast sloapend achter mie an”.

Ik ben het eens dat het vroeger niet altijd beter was, maar een paar van dit soort opvoed regels kan ik nog steeds waarderen.
Misschien dat mijn kinderen hier soms anders over denken.

Hidde Visser