
Vroeger of later!
ColumnsIn de periode 1900 tot 1910 werden de eerste kievitseieren in Nederland gemiddeld op afgerond 22 maart gevonden. Honderd jaar later werden in de eerste tien jaar van deze eeuw de eerste kievitseieren gevonden op elf maart. Dat is gemiddeld elf dagen eerder dan aan het begin van de twintigste eeuw. Maar is daarmee dit proces van steeds vroegere vondsten afgelopen. Ik moet concluderen: Geenzins! Want werden de eerste eieren in de eerste 10 jaar nog op elf maart gevonden, in de laatste tien jaar is dat al weer vroeger namelijk al op 5 maart. In een periode van 25 jaar is er een verschil van ruim vijf dagen.
Wat kan hiervan de oorzaak zijn?
Is het gedrag van de vogels zo veranderd doordat b.v. eierzoekers geen eieren meer mogen rapen sinds 1990? Zijn de omstandigheden zodanig veranderd dat elk voorjaar eerder begint door een combinatie van neerslag, zonuren en temperatuur? Of zijn er andere oorzaken denkbaar, b.v. dat er nu fanatieker gezocht wordt naar een eerste kievitsei?
Wie alles overziet kan niet echt tot een andere conclusie komen dan dat klimaat verandering de oorzaak is van deze situatie. En van alle gegevens die verzameld worden, is de vinddatum van het eerste kievitsei een getrouwe weerspiegeling van de voorlijkheid van de lente, ook al kunnen de omstandigheden daarna nog wel weer sterk veranderen. Maart roert zijn staart en april doet wat hij wil zijn zegswijzen die als volkswijsheden niet voor niets zijn ontstaan. Lange tijd was 9 maart 1912 de vroegste vondst, maar nu is 28 februari 2019 de vroegste vondst. Overigens zijn er best wel verschillen in Nederland qua temperatuur. Deze winter lag lange tijd een weersgrens over ons land met lage temperaturen in Noord-Nederland en veel hogere temperaturen in de zuidelijker provincies. Niet zo gek dat dit jaar het eerste kievitsei in Noord Brabant werd gevonden, maar voor mij wel verrassend dat binnen enkele dagen in alle provincies eieren waren gevonden.
En is dat erg dat het voorjaar eerder begint kunt u zich afvragen? Na een relatief koude winterperiode vind ik het voorjaar wel weer prettig. De eerste vlinders die vliegen, vrijwel altijd citroenvlinders, maar kort daarna ook dagpauwogen en kleine vosjes stemmen mij wel positief en dat geldt ook voor de eerste lentebloemen. Wel kunnen trekvogels terugkomen op het verkeerde moment om nog te kunnen profiteren van een bepaald voedseloverschot zoals rupsen.
Vorig jaar om deze tijd schreven Herman Stevens en ik beide zonder onderling overleg een column met als onderwerp: Pinksterbloemen met Pasen. Helaas zal dat niet meer gebeuren. Herman is ons ontvallen en wij en de natuur zullen hem nog lang missen en zeker zijn ongeëvenaarde aanstekelijke enthousiasme. Maar hij zou niet anders hebben gewild dan dat we met volle teugen zouden genieten van het lenteweer.
Harm Jan Kerssies









