Columns

“De laatste scheper”

Na een halfuurtje rijden met het wel bekende veentreintje stappen de bezoekers uit bij de vierde tussenstop: de schaapskooi. Deze stond jarenlang in de Engbertsdijkvenen en nu op deze plek langs de rails. De grote deuren van de schaapskooi staan open. Zijn de schapen ‘thuis’ dan staan ze wat schaapachtig naar buiten te kijken, rustig en tevreden. Dit beeld herinnert aan de scheper die hier in een ver verleden, met zijn kudde en hond, langs het veen en over de heide trok.

 

Op het museumterrein en achter de schaapskooi ligt nog een restant van een oude veenrand. Het gebied van de oude scheper waar toen ook de schaapskooien stonden. Op Hemelvaartsdag, de open dag van het Veenmuseum, loopt een kudde schapen over het museumterrein en worden er schapen geschoren. Met op de achtergrond de schaapskooi is het een beeld dat leeft. Iets van die sfeer van toen is terug. Wat nog ontbreekt is de oude scheper uit vervlogen tijd, deze zou dat beeld compleet maken. Een oude scheper die kan vertellen over zijn leven destijds in het veen... Maar, met het veen en de heide verdween ook de laatste scheper met zijn verhaal…

 

… Nee, dat verhaal blijkt te zijn opgetekend. Een journalist sprak destijds met de ‘bijna’ laatste scheper uit het Veenland. Een artikel uit het Twentsch dagblad Tubantia van 3 september 1937: “Het ras der schepers is bijna uitgestorven. Slechts enkelen bleven over die nog met hun kudden door het veen en langs den veenrand zwalken en ’s avonds hun schaapjes naar de oude bemoste kooien voeren, die verscholen onder blanke berken droomen van hun vroegere glorie, toen kooi bij kooi langs den leidijk lag gegroepeerd.

 

De oude scheper ziet dit alles weer voor zich. “De eindelooze bruine, met hei en laag struikgewas begroeide vlakten, zich uitstrekkend tot aan den horizon. Mooi is het in den winter als de januarizon de blonde bunt in gouden gloed zet. Waar in het voorjaar het bruin bedekt wordt met een deken van pril groen. In den vollen zomer ligt onder een staalblauwen hemel de lucht boven het veen te trillen. En in den herfst is het veengebied overtogen met een vlammend rood, waar men ook komt.” Zijn ogen dwalen verder naar het noorden, naar de wijde horizon van weleer, daar lag ooit het grote Veenland. Een streek ter lengte van wel twee uur gaans was niets dan moeras, veenen, woesten grond en heide. Eens het onbetwiste domein van de vele veenschepers.”

 

De journalist legde trefzeker de beelden die de scheper voor zich zag in woorden vast. Ook het gevoel achter zijn woorden. Het verhaal en de beelden waren al aan het verdwijnen. Zijn verhaal, zijn ‘veengeschiedenis’ is weer gaan leven, inclusief de beelden…

 

Arend Kulsdom (vrijwilliger Veenmuseum).

 

“…”  uit scriptie: veranderend platteland.

schrijver: S. vd. Wittenboer.

jaartal: 2017.