Afbeelding

Vingerhoed

Columns

Hebt u dat kleine ding ontdekt in het Veenmuseum? Als kind heb ik mijn moeder ermee zien werken, maar dat is natuurlijk al lang geleden. Een vingerhoed is een klein, half bolvormig omhulsel dat over de vingertop kan worden geschoven. Hij beschermt de vingertop bij het werken met scherpe naalden bij het naaien of bij handwerk. Zo kun je gemakkelijk met een naald door de stof of het leer heen drukken. En reken er maar op dat de vrouwen van de veenarbeiders ze hebben gebruikt.

De oudste vingerhoeden zijn in China gevonden. Ze dateren uit de jaren 100-220 na Christus. Deze hadden geen top en waren dus naairingen. De oudst bekende vingerhoeden die voorzien zijn van een top, zijn gemaakt in Afghanistan in de jaren na 220. In Europa werd de vingerhoed pas in de negende tot twaalfde eeuw geïntroduceerd. De vingerhoed is een verzamelaarsobject geworden. Er zijn vele herinneringsvingerhoedjes gemaakt met afbeeldingen van bijvoorbeeld steden, gemeentewapens, vlaggen en leden van het Koninklijk Huis. De meeste vingerhoedjes worden gemaakt van porselein, maar ze zijn er ook van kristal, plastic, koper, messing, tin, zilver en goud.

Er bestaat zelfs een rubberen vingerhoed. Die gebruik je om eenvoudig door je papieren te bladeren zonder je vinger nat te maken. Of dacht u aan iets anders? Een vingerhoed is ook een inhoudsmaatje voor vloeistoffen, namelijk één centiliter. Ik denk niet dat de veenarbeider in die tijd genoegen nam met een neutje van deze hoeveelheid. Wist u dat er zelfs een paddenstoelensoort met de naam vingerhoedje bestaat? De hoed is vingerhoedvormig, glad tot zwak gerimpeld en licht- tot donkerbruin gekleurd.

Kent u het lied ‘Het land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot nog? De fantasierijke tekst is van Lennaert Nijgh en ook daarin komt de vingerhoed voor:
‘Ik reik een meisje mijn koperen hand
Dan komen er twee Moren met hun slepen in de hand
Dan blaast er de fanfare ter ere van de schaar
Die trouwt met de vingerhoed ze houden van elkaar’

Trouwen met de vingerhoed? Dat is in het verleden regelmatig gebeurd, maar niet zoals in de tekst van Lennaert Nijgh. Heel vroeger moest de bruidegom een trouwpenning aan de bruid geven. Bij de arme gezinnen kwam er geen penning aan te pas en daarom mocht die ook vervangen worden door een vingerhoed, zakdoek, een paar hazelnoten, ja, zelfs een stuk koek. Na al die woorden over de vingerhoed kom ik toch weer bij ons Veenmuseum terug. Het museum ligt aan de rand van een prachtig natuurgebied, de Engbertsdijksvenen. Maar ook op het museumterrein zult u genieten van deze natuur.

In de maanden mei, juni en juli kunt u het vingerhoedskruid volop in bloei zien staan. De plant wordt gerekend tot de zogenaamde heksenkruiden. Hij wordt soms genoemd als bestanddeel voor heksenzalf. Die zalf wordt ook wel vliegzalf genoemd, verwijzend naar de droomtoestand waarin gebruikers zouden komen. Wees echter niet bang: de heksen zult u overdag niet aantreffen. Alleen ’s nachts. Dat kan ik bewijzen met het volgende gezegde: ‘Tussen twaalf en een zijn alle heksen op de been’.

Ronald de Jong